Geluidshinder: een subjectief begrip of toch te meten?

Mensen die bij elkaar in de buurt wonen horen elkaar: spelende kinderen, een stofzuiger of een blaffende hond. Het overgrote deel van de mensen ervaren deze geluiden niet als hinderlijk – het ‘hoort erbij’. Maar soms worden geluiden van buren, omwonenden of andere omgevingsgeluiden wel als overlast ervaren. En in sommige gevallen is dit zonder twijfel terecht: denk aan buren die tot diep in de nacht luide muziek afspelen. Maar vaak is de scheidslijn tussen wat wel of niet als overlast bestempeld mag worden veel dunner. Kunnen we daarmee stellen dat het ervaren van geluidshinder een subjectief begrip is? Nee, niet helemaal, want we kunnen tegenwoordig – met het uitvoeren van langdurige geluidsmetingen – wel degelijk bepalen of er sprake is van hinderlijk geluidsoverlast en of er maatregelen getroffen moeten worden.

Wat is geluidsoverlast?

Als geluidsoverlast door iemand ervaren wordt, zijn er allereerst 3 belangrijke vragen die gesteld moeten worden: Maakt de lawaaimaker te veel lawaai? Is de lawaaiontvanger te gevoelig? Is de geluidsisolatie van het gebouw goed genoeg? Vooral deze laatste vraag wordt door de lawaaiontvanger nogal eens genegeerd. De woede richt zich dan al snel op de veroorzaker van de ‘overlast’, terwijl dit niet altijd terecht is. Het kan namelijk ook zo zijn dat de geluidsisolatie van een woning niet voldoet aan de gestelde eisen. En dan is het verstandiger om aan te kloppen bij bijvoorbeeld de verhuurder of woningbouwvereniging, in plaats van bij de buren. Sinds 1962 zijn er wettelijke eisen gesteld aan de geluidsisolatie tussen woningen, wordt hier niet aan voldaan, dan zijn maatregelen verplicht.

Langdurige geluidsmeting

Om objectief te meten of er sprake is van geluidsoverlast biedt een langdurige geluidsmeting uitkomst. Er wordt dan meetapparatuur geplaatst op de plek waar de overlast ervaren wordt. Door het geluid over een langere periode te meten, worden pieken en gemiddelden vastgesteld. Langdurige metingen worden veel toegepast om te bepalen of bijvoorbeeld omwonenden, bouwplaatsen of evenementen, daadwerkelijk geluiden boven een bepaalde norm produceren.

Terecht of onterecht overlast

Om vervolgens te bepalen of het gemeten geluid daadwerkelijk als overlast bestempeld kan worden, is het van belang om dit naast een klassensysteem voor geluidsisolatie te leggen. Een veelgebruikt normeringssysteem om dit aan te toetsen draagt de naam NEN1070/1999: in dit overzicht kunnen de verschillende ruimtes waar geluidsoverlast ervaren wordt aan een klasse gekoppeld worden. Stel een ruimte behoort tot klasse 1, dan betekent dit dat de geluidsisolatie uitmuntend is en dat minder dan 5% van de mensen hinder ondervindt van een bepaalde geluidswaarde. Terwijl dezelfde mate van geluid in geluidsisolatie-klasse 5 bij meer dan 50% van de mensen als overlast ervaren wordt. Door de data uit de geluidsmeting te koppelen aan de vastgestelde klasse van de betreffende ruimte, kan objectief bepaald worden of er sprake is van geluidsoverlast. En ook door welk percentage mensen het geluid als ‘geluidsoverlast’ bestempeld wordt – en het met andere woorden terecht is dat de lawaaiontvanger hierover aan de bel trekt.       

0